Metrieken
Metrieken
Wanneer je data aan je procesmodel koppelt, toont ProcessMind de gekozen metriek op de verbindingen tussen activiteiten. Klik op een verbinding om het contextmenu te openen en de gewenste metriek [Σ] te kiezen. Een verbinding kan het aantal cases, het aantal events, de gemiddelde overgangstijd tussen de twee verbonden activiteiten, kosten, tCO₂e of een aangepaste expressie tonen. De overgangstijd wordt per overgang gemeten, niet per case.
De volgende metrieken zijn beschikbaar voor grafieken en KPI-tegels. Doorvoermetrieken beschrijven altijd de volledige case, of het segment tussen de geselecteerde Van- en Naar-elementen. Ze worden gemiddeld per case:
Aantallen
-
Cases tellen
Toont het totale aantal cases in de dataset of voor een specifiek attribuut. Handig om de totale werklast of het aantal cases te zien. -
Events tellen
Toont het totale aantal events in de dataset. Geschikt om activiteiten of de frequentie van events te volgen. -
Activiteiten tellen
Telt het totale aantal uitvoeringen van activiteiten in alle cases. Helpt bij het analyseren van de verdeling en intensiteit van het werk.
Attribuutmetrieken
-
Som per event
Berekent de totale som van een numeriek attribuut per event, bijvoorbeeld de totale duur of kosten. Handig voor cumulatieve inzichten. -
Gemiddelde per event
Berekent de gemiddelde waarde van een numeriek attribuut per event, bijvoorbeeld de gemiddelde duur van een activiteit. Laat zien wat gebruikelijk is. -
Aantal unieke waarden
Telt het aantal unieke waarden voor een geselecteerd attribuut, zoals unieke gebruikers, systemen of bronnen. Handig om verschillen te analyseren. -
Minimum
Toont de laagste waarde van een numeriek attribuut, bijvoorbeeld de kortste activiteitstijd. Geschikt om de beste resultaten te vergelijken. -
Maximum
Toont de hoogste waarde van een numeriek attribuut, bijvoorbeeld de langste activiteitstijd. Maakt bottlenecks of uitzonderlijke cases zichtbaar. -
Mediaan
Geeft de middelste waarde van een numeriek attribuut, zodat uitschieters minder invloed hebben. -
Modus
Bepaalt welke waarde het vaakst voorkomt in een dataset. Handig om dominante patronen of attributen te herkennen.
Doorlooptijd (duur van een case)
Meet per case de totale verstreken tijd tussen het begin en einde. Cases zonder beide tijdstippen, zoals cases die nog openstaan, worden niet meegerekend.
- Totale doorlooptijd (in de metriekkeuze weergegeven als Totale cyclustijd): de totale cyclustijd van alle cases. Deze neemt toe met het aantal cases, niet met het aantal events.
- Gemiddelde doorlooptijd: de gemiddelde duur van een case.
- Minimale doorlooptijd: de kortste tijd waarin een case is afgerond.
- Maximale doorlooptijd: de langste tijd waarin een case is afgerond.
- Mediane doorlooptijd: de middelste waarde van de duur van cases.
- 90e percentiel van de doorlooptijd: de tijd waarbinnen 90% van de cases wordt afgerond. Handig om SLA’s te vergelijken.
In Tijdmetrieken lees je wat per case en wat per stap wordt geteld, en welke termen voor elke meting worden gebruikt.
Verwerkingstijd (duur van actief werk)
Meet de tijd die wordt besteed aan het actief verwerken van cases of activiteiten, zonder wachttijd.
- Totale verwerkingstijd: de totale verwerkingstijd van alle cases.
- Gemiddelde verwerkingstijd: de gemiddelde duur van actief werk.
- Minimale verwerkingstijd: de kortste gemeten verwerkingstijd.
- Maximale verwerkingstijd: de langste gemeten verwerkingstijd.
- Mediane verwerkingstijd: de middelste waarde van de verwerkingstijd.
- 90e percentiel van de verwerkingstijd: de actieve tijd waarbinnen 90% van de cases of activiteiten is afgerond.
Wachttijd (duur van inactiviteit)
Meet hoe lang cases of activiteiten wachten, zonder de tijd voor actief werk.
- Totale wachttijd: de totale wachttijd van alle cases.
- Gemiddelde wachttijd: de gemiddelde wachttijd.
- Minimale wachttijd: de kortste gemeten wachttijd.
- Maximale wachttijd: de langste gemeten wachttijd.
- Mediane wachttijd: de middelste waarde van de wachttijd.
- 90e percentiel van de wachttijd: de wachttijd waarbinnen 90% van de cases of activiteiten is afgerond.
Kosten
Meet de kosten van cases of activiteiten op basis van een gekoppeld kostenattribuut.
- Totale kosten: de totale kosten van alle cases.
- Gemiddelde kosten: de gemiddelde kosten per case of activiteit.
- Minimale kosten: de laagste gemeten kosten.
- Maximale kosten: de hoogste gemeten kosten.
- Mediane kosten: de middelste kostenwaarde.
- 90e percentiel van de kosten: de kosten waaronder 90% van de cases of activiteiten valt.
Verhoudingen
-
Verhouding cases
Het aandeel cases dat aan een bepaalde voorwaarde voldoet, ten opzichte van het totaal. Handig om cases met elkaar te vergelijken. -
Verhouding events
Het aandeel events dat aan een voorwaarde voldoet, ten opzichte van het totaal. Handig om de verdeling van events te analyseren.
Met de juiste metriek laat je in de procesgrafiek zien welke informatie voor je analyse van belang is.
Proces-KPI’s
Een proces-KPI is een metriek die je wilt verbeteren, met een benoemde eigenaar en een doelwaarde. De metrieken hierboven zijn de ruwe metingen. Welke daarvan KPI’s worden, hangt af van het doel van het proces.
Een bruikbare eerste set KPI’s voor één proces, met de reden om elke KPI op te nemen:
| KPI | Gebaseerd op | Wat de proceseigenaar ermee ziet |
|---|---|---|
| Cyclustijd (P50 en P90) | Doorlooptijd | De gebruikelijke ervaring en de ervaring in het slechtste geval |
| Verhouding wachttijd en verwerkingstijd | Wachttijd / verwerkingstijd | Of het proces traag is of dat de wachtrijen het probleem zijn |
| Percentage herstelwerk | Cases die teruggaan naar een eerdere stap | Waar de kwaliteit tekortschiet en wat dat kost |
| Percentage in één keer goed | Cases zonder herstelwerk | Hetzelfde verhaal, maar eenvoudiger uit te leggen |
| Conformiteitspercentage | Afwijking van het beoogde model | Of de goedgekeurde standaard wordt gevolgd |
| Doorvoer | Afgeronde cases per periode | Capaciteit, niet snelheid |
Twee aandachtspunten bepalen of deze KPI’s ook echt worden gebruikt. Rapporteer P90 naast het gemiddelde, want gemiddelden verbergen juist de cases die tot klachten leiden. Koppel elke KPI bovendien aan een proces en niet aan een afdeling. Een KPI die bij een functie hoort, raakt los van het proces dat deze moet beschrijven.
Definieer de KPI’s in het procesmodel. Zo blijven ze gekoppeld aan het model wanneer dat verandert en hoef je het dashboard niet telkens opnieuw op te bouwen. Bij Procesgezondheid lees je meer over de ingebouwde totalen. Aangepaste dashboards laat zien hoe je zelf dashboards maakt.
Gerelateerde onderwerpen
- Procesgrafieken: grafiektypen en aanpassingen.
- Expressies in dashboards: maak met expressies aangepaste metrieken.