Architectuurniveaus
Architectuurniveaus
Met architectuurniveaus definieer je per omgeving de semantische niveaus van je procesarchitectuur. In plaats van een platte lijst met processen en mappen kun je een echte hiërarchie modelleren, bijvoorbeeld Enterprise Value Stream → Process → Subprocess. Elk niveau heeft een eigen naam, pictogram, documentatievelden en regels.
Wat zijn architectuurniveaus?
Elk niveau is een configureerbaar proces-“type” in je hiërarchie. Een niveau bepaalt:
- Weergavenaam en pictogram: hoe processen van dit niveau in de catalogus verschijnen
- Documentatievelden: welke documentatiesecties worden getoond voor processen van dit niveau
- Beschikbaarheid van een model: of processen van dit niveau een BPMN-model kunnen hebben
- Toegestane onderliggende niveaus: welke niveaus een proces van dit niveau mag bevatten
Precies één niveau is het standaardniveau van de hiërarchie: het niveau waaraan nieuwe items in de catalogus worden toegewezen. Mappen blijven puur organisatorische containers: ze bevatten geen documentatiesecties en geen model.
Standaardniveaus
Wanneer een omgeving wordt aangemaakt, vult ProcessMind deze met een basisset niveaus:
| Niveau | Beschrijving |
|---|---|
| Enterprise Value Stream | Het hoogste niveau, dat een end-to-end-waardestroom weergeeft |
| Proces | Standaardprocessen waaruit een waardestroom bestaat |
| Subprocess | Gedetailleerde subprocessen binnen een proces |
| Waardestroom | Waardestromen die met een Value Stream Mapping (VSM)-model zijn gemodelleerd |
| VSM-elementniveau | De elementen binnen een VSM-model |
| Map | Een organisatorische container: geen documentatiesecties en geen model |
| Activiteit | Afzonderlijke activiteiten binnen een proces, gedocumenteerd in het BPMN-model |
Proces is het standaardniveau van een nieuwe omgeving. Processen zonder eigen niveau worden hieraan toegewezen. Je kunt niveaus op elk moment hernoemen, toevoegen en verwijderen. Ook bepaal je welk niveau de standaard is.
Niveaus configureren
Je eigen architectuur definiëren:
- Meld je aan als omgevingsbeheerder of organisatiebeheerder
- Open Instellingen en ga naar Procesarchitectuur
- Bewerk een bestaand niveau of maak een nieuw niveau
- Stel de weergavenaam in en kies een pictogram
- Schakel de documentatiesecties in die voor dit niveau moeten verschijnen
- Bepaal of processen op dit niveau een model mogen hebben
- Selecteer de toegestane onderliggende niveaus om te bepalen wat eronder mag worden genest
- Markeer precies één niveau als het standaardniveau
Wijzigingen gelden voor nieuwe en bestaande processen op dat niveau. De catalogus, procesinstellingen en documentatie passen zich automatisch aan het niveau aan.
Hoe niveaus je procescatalogus beïnvloeden
Na de configuratie bepalen de niveaus de hele proceservaring:
- Processen krijgen in de Procescatalogus de naam en het pictogram van hun niveau
- De documentatieweergave toont alleen de velden die voor het niveau zijn ingeschakeld
- Een modeleditor is alleen beschikbaar als het niveau dit toestaat
- De hiërarchie wordt bepaald door toegestane onderliggende niveaus, niet door mappenstructuren
Zo laat je Procescatalogus je werkelijke procesarchitectuur weerspiegelen. Bekijk voor het bredere beeld van omgevingen en hiërarchie Omgevingen (tenants) en Organisatie-instellingen.