Jouw datatemplate voor de patiëntreis
Jouw datatemplate voor de patiëntreis
Dit is onze generieke datatemplate voor process mining voor Patiënttraject. Gebruik onze systeemspecifieke templates voor gerichtere begeleiding.
Selecteer een specifiek systeem- Volledige lijst met essentiële klinische en administratieve datapunten
- Flexibele structuur die met elk elektronisch patiëntendossier werkt
- Duidelijke mapping van belangrijke mijlpalen in de patiëntreis, van opname tot ontslag
Attributen van het patiënttraject
| Naam | Beschrijving | ||
|---|---|---|---|
| Activiteitnaam ActivityName | De specifieke klinische of administratieve taak die tijdens het traject wordt uitgevoerd. | ||
| Beschrijving Dit attribuut definieert de stappen in het patiënttraject, van administratieve taken zoals registratie tot klinische interventies zoals medicatietoediening of een operatie. Het biedt de benodigde detaillering om de proceskaart zichtbaar te maken. Analisten gebruiken dit veld om bottlenecks, lussen en afwijkingen van het ideale klinische zorgpad te identificeren. Vaak moeten deze namen tussen verschillende afdelingen worden gestandaardiseerd voor een duidelijke en leesbare process discovery-weergave. Waarom dit belangrijk is Het definieert de knooppunten in de proceskaart en is nodig om te begrijpen wat er is gebeurd. Waar je het vindt Afgeleid van transactielogs, audittrails of tabellen met de statusgeschiedenis van orders. Voorbeelden TriagebeoordelingLaboratoriumtest aanvragenAntibiotica toedienenPatiënt ontslaan | |||
| Bronsysteem SourceSystem | De naam van het informatiesysteem waaruit het record afkomstig is. | ||
| Beschrijving In complexe zorgomgevingen komt data vaak uit meerdere systemen, zoals het centrale EPD, Laboratory Information Systems (LIS) en Radiology Information Systems (RIS). Dit attribuut identificeert de herkomst van elk datapunt. Het is nuttig voor technische validatie en om de proceskaart te filteren op specifieke systeeminteracties. Ook helpt het om datakwaliteitsproblemen te vinden die beperkt zijn tot een bepaalde integratie of softwaremodule. Waarom dit belangrijk is Biedt herkomst en context, vooral in ziekenhuisomgevingen met meerdere systemen. Waar je het vindt Wordt tijdens de extractie hardgecodeerd of gemapt vanuit metadatavelden van het systeem. Voorbeelden EpicCernerLabSys V2Radiology_DB | |||
| Eventtimestamp EventTimestamp | De specifieke datum en tijd waarop de activiteit is gestart of plaatsgevonden. | ||
| Beschrijving Deze timestamp markeert het chronologische moment van de activiteit en maakt het mogelijk om events binnen het patiënttraject in de juiste volgorde te zetten. Een hoge precisie, tot op de seconde of minuut, heeft de voorkeur om snelle workflows in spoedzorg of intensive care goed vast te leggen. De timestamp vormt de basis voor alle tijdsberekeningen, waaronder doorlooptijden tussen fases, de totale cyclustijd en wachttijden. Nauwkeurige timestamps zijn belangrijk om vertragingen bij medicatietoediening of diagnostische resultaten te identificeren. Waarom dit belangrijk is Nodig om events chronologisch te ordenen en duurmetingen te berekenen. Waar je het vindt Je vindt dit in transactielogs, vaak met de naam aanmaakdatum, uitvoeringstijd of eventtijd. Voorbeelden 2023-10-15T08:30:00Z2023-10-15T09:15:45Z2023-10-16T14:20:00Z | |||
| Laatste data-update LastDataUpdate | De timestamp die aangeeft wanneer het record voor het laatst is geëxtraheerd of vernieuwd. | ||
| Beschrijving Dit metadataveld houdt bij hoe actueel de data voor de analyse is. Zo zie je of dashboards de meest recente stand van de patiëntenzorg weergeven en kun je vertraging in de datapijplijn beter onderzoeken. Dit veld wordt niet rechtstreeks gebruikt in de visualisatie van de procesflow, maar is wel belangrijk voor datagovernance en om te controleren of het process mining-model met actuele informatie werkt. Waarom dit belangrijk is Zorgt dat de data actueel blijft en ondersteunt strategieën voor incrementeel laden van data. Waar je het vindt Gegenereerd door het ETL-proces of beschikbaar in de timestamp voor recordwijzigingen van het bronsysteem. Voorbeelden 2023-11-01T00:00:00Z2023-11-01T12:00:00Z | |||
| Patient Episode-ID PatientEpisodeId | De unieke identificatie van één patiëntbezoek of patiëntcontact. | ||
| Beschrijving Dit attribuut is de centrale case-sleutel voor de process mining-analyse. Het koppelt alle afzonderlijke activiteiten binnen één zorgtraject aan elkaar. Zo onderscheid je een ziekenhuisopname, spoedbezoek of poliklinisch consult van een ander traject, ook bij dezelfde patiënt. In de analyse maakt deze identificatie het mogelijk om de volledige flow van registratie tot ontslag te reconstrueren. De identificatie is nodig voor metrics op caseniveau, zoals de totale ligduur, en voor het identificeren van unieke procesvarianten. Waarom dit belangrijk is Dit is de fundamentele Case ID die nodig is om events in een procesinstantie te groeperen. Waar je het vindt Je vindt dit meestal in de header-tabellen voor contacten, bezoeken of opnames van het EPD. Voorbeelden ENC-2023-88492V99283410029384EP-2023-XJ9 | |||
| Code voor de hoofddiagnose PrimaryDiagnosisCode | De code voor de belangrijkste medische aandoening, bijvoorbeeld ICD-10. | ||
| Beschrijving Dit attribuut legt de klinische reden voor het contact vast met standaardcoderingssystemen zoals ICD-10 of SNOMED. Je kunt hiermee klinische zorgpaden voor specifieke aandoeningen analyseren, zoals sepsis, een beroerte of hartfalen. Door op dit attribuut te filteren, kunnen analisten controleren of zorgpaden voldoen aan aandoeningsspecifieke protocollen en variatie in de zorg voor patiënten met dezelfde diagnose identificeren. Waarom dit belangrijk is Maakt analyse van klinische zorgpaden en compliance met medische protocollen mogelijk. Waar je het vindt Diagnosetabellen die aan het contact zijn gekoppeld, vaak aangeduid als 'Admitting Diagnosis' of 'Final Diagnosis'. Voorbeelden I10J18.9E11.9M54.5 | |||
| Eindtijd van de gebeurtenis EventEndTime | De timestamp waarop de specifieke activiteit is afgerond. | ||
| Beschrijving De starttimestamp laat zien wanneer een actie begon. Met de eindtimestamp kun je de actieve verwerkingstijd, of servicetijd, van een specifieke stap berekenen. Die tijd verschilt van de wachttijd tussen stappen. Dit attribuut is vooral nuttig voor het analyseren van de efficiëntie van procedures, operaties en consulten. Je ziet bijvoorbeeld het verschil tussen de tijd die een patiënt op een arts wacht en de tijd die de arts daadwerkelijk met de patiënt doorbrengt. Waarom dit belangrijk is Maakt het mogelijk om actieve servicetijd en wachttijd van elkaar te onderscheiden. Waar je het vindt Transactielogs voor activiteiten met een duur, zoals operaties en scans. Voorbeelden 2023-10-15T10:00:00Z2023-10-15T11:45:00Z | |||
| Naam van de afdeling DepartmentName | De ziekenhuisafdeling of het functionele gebied waar de activiteit plaatsvond. | ||
| Beschrijving Dit attribuut plaatst de activiteit binnen de ziekenhuisstructuur, bijvoorbeeld op de Spoedeisende Hulp, de IC of de operatieafdeling. Het is belangrijk voor het analyseren van flows en overdrachten tussen afdelingen. Met dit veld kunnen analisten de fysieke verplaatsing van patiënten visualiseren en knelpunten bij specifieke overdrachtsmomenten identificeren. Het ondersteunt ook de capaciteitsplanning door de werkdruk over verschillende afdelingen zichtbaar te maken. Waarom dit belangrijk is Belangrijk voor het analyseren van de patiëntflow tussen afdelingen en de efficiëntie van overdrachten. Waar je het vindt Locatievelden uit de activiteitenlog of stamtabellen van afdelingen. Voorbeelden Spoedeisende hulpCardiologieIntensivecareafdelingApotheek | |||
| Patiënt-ID PatientIdentifier | Een unieke identificatie voor de patiënt die bij meerdere episodes hetzelfde blijft. | ||
| Beschrijving In tegenstelling tot de Episode ID blijft dit attribuut gelijk voor dezelfde persoon bij verschillende bezoeken. Zo kun je cases over meerdere bezoeken heen analyseren, bijvoorbeeld om frequente bezoekers te identificeren of heropnames binnen 30 dagen te volgen. Door episodes op basis van deze identificatie te groeperen, krijgen analisten zicht op de volledige patiëntgeschiedenis en kunnen ze zorgpatronen analyseren die verder gaan dan één ziekenhuisopname. Dit is belangrijk voor populatiegezondheidsmetingen en longitudinale zorganalyses. Waarom dit belangrijk is Belangrijk voor het identificeren van heropnames en het koppelen van meerdere bezoeken aan één persoon. Waar je het vindt Patiëntindex of demografische tabellen, bijvoorbeeld MRN. Voorbeelden MRN-55920PAT-009221H99283 | |||
| Provider-ID ProviderIdentifier | Identificatie of naam van de zorgprofessional die de activiteit uitvoert. | ||
| Beschrijving Dit attribuut houdt de specifieke bron bij, zoals een arts, verpleegkundige of technicus, die verantwoordelijk is voor de activiteit. Je kunt hiermee het gebruik van bronnen, de verdeling van de werklast en verschillen in werkpatronen tussen medewerkers analyseren. Je gebruikt dit attribuut vaak om opleidingsmogelijkheden te vinden of best practices zichtbaar te maken door resultaten van verschillende zorgverleners te vergelijken. Vanwege privacy moet je deze informatie in algemene rapportages meestal anonimiseren of hashen. Waarom dit belangrijk is Maakt analyse van resourcegebruik en verschillen tussen medewerkers mogelijk. Waar je het vindt Transactielogs, user-ID-velden of stamtabellen van medewerkers. Voorbeelden Dr. SmithRN JonesUSER_8829Tech_A | |||
| Type contact EncounterType | Classificatie van het patiëntbezoek, bijvoorbeeld klinisch, poliklinisch of spoed. | ||
| Beschrijving Dit attribuut beschrijft het type bezoek en heeft veel invloed op de verwachte procesflow. Een spoedbezoek volgt bijvoorbeeld een heel ander ideaalpad dan een geplande poliklinische afspraak. Door de analyse op dit veld te segmenteren, kun je eerlijker vergelijken en nauwkeuriger benchmarken. Zo beoordeel je KPI's zoals ligduur binnen de juiste context. Waarom dit belangrijk is Belangrijk voor het segmenteren van de data, omdat verschillende typen bezoeken een andere proceslogica volgen. Waar je het vindt Header-tabellen van contacten of opnames. Voorbeelden Klinische opnameSpoedPoliklinischTelezorg | |||
| Bestemming bij ontslag DischargeDisposition | De status of bestemming van de patiënt bij vertrek uit de instelling. | ||
| Beschrijving Dit attribuut legt de uitkomst van de episode vast, zoals 'naar huis ontslagen', 'overgeplaatst naar een verpleeghuis' of 'op eigen verzoek vertrokken tegen medisch advies in'. Het is een belangrijke uitkomstmaat voor de patiëntreis. Je gebruikt het om de efficiëntie van ontslagplanning te analyseren en procesvariatie te koppelen aan specifieke uitkomsten. Zo kun je bijvoorbeeld zien of bepaalde zorgpaden leiden tot meer overplaatsingen naar andere instellingen. Waarom dit belangrijk is Bepaalt de uitkomst van het proces en is belangrijk voor de analyse van de ligduur. Waar je het vindt Ontslagverslagen of ADT-berichten voor opname, ontslag en overplaatsing. Voorbeelden ThuisVerpleeghuisThuiszorgOverleden | |||
| Categorie van de order OrderCategory | Classificatie van klinische orders, bijvoorbeeld laboratorium, radiologie of medicatie. | ||
| Beschrijving Dit attribuut groepeert duizenden specifieke orders in overzichtelijke categorieën. Zo kun je diagnostische en therapeutische activiteiten op hoofdlijnen analyseren binnen de patiëntreis. Analisten gebruiken dit om de verhouding tussen testen en behandeling te visualiseren en intensieve diagnostische fasen te identificeren die de ligduur kunnen verlengen. Waarom dit belangrijk is Helpt gedetailleerde activiteiten te groeperen in betekenisvolle fasen, zoals diagnostiek en behandeling. Waar je het vindt Orderinvoertabellen, vaak een opzoek- of typeveld dat aan de order-ID is gekoppeld. Voorbeelden LaboratoriumRadiologieConsultApotheek | |||
| Naam van het medicijn MedicationName | De specifieke naam van het toegediende of voorgeschreven geneesmiddel. | ||
| Beschrijving Dit attribuut geeft specifieke details over medicatieactiviteiten. 'Medicatie toedienen' is de generieke activiteit, terwijl dit attribuut aangeeft wat er is toegediend, zoals 'paracetamol' of 'vancomycine'. Het is belangrijk voor het analyseren van specifieke behandelprotocollen, zoals de timing van antibiotica bij patiënten met sepsis of de effectiviteit van pijnbestrijding. Je kunt hiermee ook vertragingen bij medicatietoediening tot in detail onderzoeken. Waarom dit belangrijk is Nodig voor het analyseren van specifieke behandelprotocollen en KPI's voor tijdige medicatietoediening. Waar je het vindt Medication Administration Record (MAR) of ordertabellen van de apotheek. Voorbeelden AmoxicillineInsulineFysiologisch zoutMorfine | |||
| Urgentieniveau van triage TriageAcuityLevel | De ernstscore die tijdens de eerste beoordeling aan de patiënt is toegekend. | ||
| Beschrijving Deze numerieke of categorische waarde geeft aan hoe urgent de toestand van de patiënt bij aankomst was. Vaak wordt hiervoor een schaal zoals ESI, de Emergency Severity Index, gebruikt. Dit is belangrijke context bij het analyseren van wachttijden en prioritering. Door procesflows op basis van urgentieniveau te analyseren, kun je controleren of patiënten met een hoog risico op de juiste manier met voorrang worden behandeld en of patiënten met een lager urgentieniveau onevenredig lang wachten. Waarom dit belangrijk is Geeft context aan wachttijden. Een hoog urgentieniveau hoort samen te gaan met een snellere eerste doorstroming. Waar je het vindt Triagebeoordelingen of trackingborden van de SEH. Voorbeelden 1 - Reanimatie2 - Acuut3 - Spoed4 - Minder urgent | |||
Activiteiten in het patiënttraject
| Activiteit | Beschrijving | ||
|---|---|---|---|
| Diagnostische resultaten ontvangen | Dit is het moment waarop testresultaten zijn gecontroleerd en beschikbaar zijn gemaakt in het patiëntdossier. Daarmee is de informatie beschikbaar die nodig is voor besluitvorming. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit beëindigt de berekening van de diagnostische doorlooptijd en leidt tot vervolgbeslissingen over de behandeling. Waar je het vindt Afgeleid van statusupdates op het orderobject of van het aanmaken van een resultaatrecord. Vastleggen Detecteer statuswijzigingen naar afgerond of geverifieerd bij diagnostische orders Eventtype inferred | |||
| Diagnostische test aanvragen | Dit gebeurt wanneer een zorgprofessional formeel een laboratoriumtest of beeldvormend onderzoek aanvraagt. De actie start de diagnostische workflow en geeft aan dat capaciteit moet worden ingepland. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit markeert het begin van het interval voor de diagnostische doorlooptijd. Waar je het vindt Je vindt dit in de logs van het ordersysteem wanneer een zorgprofessional een nieuwe order ondertekent. Vastleggen Haal de timestamp uit events voor het aanmaken van orders Eventtype explicit | |||
| Ontslag goedkeuren | De timestamp waarop een arts de officiële order ondertekent waarmee de patiënt mag vertrekken. Dit markeert de overgang van klinische behandeling naar administratieve ontslagprocessen. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit start de meting voor de efficiëntieanalyse van de laatste ontslagverwerking. Waar je het vindt Je vindt dit in het ordersysteem als een specifiek type ontslagorder. Vastleggen Haal de ondertekeningstimestamp van de ontslagorder op Eventtype explicit | |||
| Patiënt ontslaan | Dit is de laatste administratieve activiteit waarmee het patiëntcontact wordt afgesloten. Het geeft aan dat de patiënt de instelling fysiek heeft verlaten en het bed beschikbaar is. | ||
| Waarom dit belangrijk is Het definitieve eindpunt voor het berekenen van de totale ligduur. Waar je het vindt Meestal de laatste statusupdate in het opname-, ontslag- en transfersysteem. Vastleggen Identificeer het laatste ontslagevent of de statuswijziging naar ontslagen Eventtype explicit | |||
| Patiënt registreren | Dit markeert de officiële binnenkomst van de patiënt in de instelling of het zorgsysteem. De activiteit maakt het eerste contactrecord aan en kent een unieke bezoek-ID toe waarmee het volledige zorgtraject wordt gevolgd. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit vormt het ankerpunt voor de starttijd van het traject en is nodig om de totale ligduur te berekenen. Waar je het vindt Je vindt dit meestal in de logs van de registratie- of opnamemodule, met een aanmaaktimestamp. Vastleggen Identificeer het aanmaken van een nieuw patiëntcontactrecord Eventtype explicit | |||
| Triagebeoordeling afronden | Dit staat voor het afronden van de eerste verpleegkundige beoordeling of urgentiescore. In deze stap worden de vitale waarden en de belangrijkste klacht van de patiënt vastgelegd om de urgentie van de zorg te bepalen. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit is belangrijk voor het analyseren van de wachttijd tussen aankomst en de eerste klinische aandacht. Waar je het vindt Afgeleid van de finalisatie- of ondertekeningstimestamp van een triageformulier of eerste verpleegkundige notitie. Vastleggen Volg de statuswijziging van een triagedocument naar afgerond Eventtype explicit | |||
| Consult afronden | Dit geeft aan dat een specialist de patiënt heeft beoordeeld en aanbevelingen heeft gedaan. Vaak bekijkt de specialist daarbij de voorgeschiedenis en de huidige toestand van de patiënt. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit is belangrijk om vertragingen door samenwerking tussen verschillende disciplines te volgen. Waar je het vindt Vastgelegd wanneer een consultnotitie wordt ondertekend of een consultorder als afgerond wordt gemarkeerd. Vastleggen Volg de afrondingsstatus van consultorders of notitietypen Eventtype inferred | |||
| Diagnose vastleggen | Dit staat voor het formeel vastleggen van een bevestigde medische aandoening in het patiëntdossier door een zorgprofessional. Het verschilt van een testresultaat en vereist klinische beoordeling. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit is nodig voor een nauwkeurige analyse van het klinische zorgpad en om de complexiteit van cases te bepalen. Waar je het vindt Vastgelegd wanneer een item wordt toegevoegd aan de probleemlijst of het diagnoseveld van het contact. Vastleggen Volg toevoegingen aan of updates van de diagnosetabel die aan het bezoek is gekoppeld Eventtype explicit | |||
| Medicatie toedienen | Dit is het specifieke event waarop medicatie aan de patiënt wordt toegediend. Het is een terugkerende activiteit die tijdens het verblijf meerdere keren voorkomt. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit is belangrijk voor het analyseren van tijdige medicatietoediening en naleving van behandelprotocollen. Waar je het vindt Vastgelegd in het medicatietoedieningsrecord, vaak via barcodescanning. Vastleggen Logregels uit het elektronische medicatietoedieningsrecord Eventtype explicit | |||
| Monster afnemen | Dit verwijst naar het fysiek afnemen van biologische monsters voor laboratoriumanalyse. Deze stap vormt de verbinding tussen de elektronische order en de verwerking in het laboratorium. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit helpt bottlenecks te vinden tussen het plaatsen van de order en de daadwerkelijke start van de laboratoriumverwerking. Waar je het vindt Dit wordt meestal vastgelegd in laboratorium- of flebotomiemodules wanneer een monsterbarcode wordt gescand. Vastleggen Identificeer timestamps van monsterafnames die aan specifieke orders zijn gekoppeld Eventtype explicit | |||
| Patiënt overplaatsen | Dit geeft aan dat de patiënt fysiek tussen verschillende units of afdelingen wordt verplaatst. Het laat zien hoe de patiënt door verschillende zorgniveaus beweegt. | ||
| Waarom dit belangrijk is Dit maakt de efficiëntie van de interne logistiek zichtbaar en helpt bottlenecks bij de beddoorstroming te vinden. Waar je het vindt Vastgelegd in tabellen voor bedbeheer of locatiehistorie. Vastleggen Identificeer wijzigingen in de toegewezen locatie of unit van de patiënt Eventtype explicit | |||
| Procedure uitvoeren | Dit registreert de uitvoering van een chirurgische ingreep of grote klinische interventie. De activiteit staat voor de kern van de behandeling binnen chirurgische zorgpaden. | ||
| Waarom dit belangrijk is Een belangrijke mijlpaal die veel capaciteit vraagt en invloed heeft op de ligduur. Waar je het vindt Je vindt dit meestal in perioperatieve logs of proceduredocumentatie met begin- en eindtijden. Vastleggen Haal de starttimestamp van de procedure uit de klinische documentatie Eventtype explicit | |||
| Vervolgafspraak inplannen | Het boeken van een toekomstige afspraak voor zorg na ontslag. Dit zorgt voor continuïteit van zorg en helpt heropnames te voorkomen. | ||
| Waarom dit belangrijk is Een belangrijke indicator om de effectiviteit van ontslagplanning en continuïteit van zorg te meten. Waar je het vindt Je vindt dit in het afsprakensysteem, gekoppeld aan de patiënt-ID. Vastleggen Detecteer events voor het aanmaken van afspraken die na ontslag aan de patiënt zijn gekoppeld Eventtype explicit | |||
| Zorgplan starten | Dit markeert de toewijzing van een gestandaardiseerd behandelprotocol of verpleegkundig zorgplan. Het geeft aan dat op basis van de diagnose een behandelplan is bepaald. | ||
| Waarom dit belangrijk is Hiermee kun je de naleving van het zorgpad en variatie in behandelwijzen analyseren. Waar je het vindt Je vindt dit in modules voor zorgplanning wanneer een plan wordt geactiveerd of ondertekend. Vastleggen Identificeer de activeringstimestamp van een zorgplan of order set Eventtype explicit | |||
Extractiegidsen
Extractiemethoden verschillen per systeem. Bekijk voor gedetailleerde instructies
Klaar om aan de slag te gaan?
Begin met dit generieke template om je vereisten in kaart te brengen of kies een systeemspecifieke gids om je data-extractie sneller op gang te brengen.
Begin vandaag met het optimaliseren van je patiëntreis
Vind knelpunten in de zorg en verbeter resultaten in enkele minuten
Geen creditcard nodig. Snel ingesteld.