Jouw datatemplate voor de patiëntreis

MEDITECH
Jouw datatemplate voor de patiëntreis

Jouw datatemplate voor de patiëntreis

Deze template biedt een volledig raamwerk om klinische routes rechtstreeks uit je MEDITECH-omgeving vast te leggen. De template beschrijft de specifieke datastructuren en procesmijlpalen die nodig zijn om de patiëntflow zichtbaar te maken en operationele knelpunten tussen afdelingen te identificeren. Met deze richtlijnen zorg je ervoor dat je event log goed is opgemaakt voor gedetailleerde process mining- en prestatieanalyse.
  • Aanbevolen klinische attributen
  • Essentiële procesmijlpalen
  • Richtlijnen voor MEDITECH-data-extractie
Nieuw met event logs? Leer hoe je een process mining-event log maakt.

Attributen van het patiënttraject

Dit zijn de aanbevolen datavelden voor je event log, zodat je de bewegingen van patiënten en klinische resultaten volledig kunt analyseren.
5 Verplicht 8 Aanbevolen 6 Optioneel
Naam Beschrijving
Activiteitsnaam
ActivityName
De specifieke klinische of administratieve handeling die is uitgevoerd.
Beschrijving

Dit attribuut bevat de naam van het event of de taak binnen het patiënttraject. Het legt afzonderlijke stappen vast, zoals 'Patient Registered', 'Medication Administered' of 'Discharge Order Written'.

Een correcte identificatie van activiteiten is nodig om de processtroom in kaart te brengen. Deze waarden zijn vaak afkomstig uit transactiecodes, orderstatussen of vastgelegde interventies in het elektronisch patiëntendossier.

Waarom dit belangrijk is

Definieert de processtappen en is nodig om de procesmap te visualiseren.

Waar je het vindt

Afgeleid uit verschillende transactielogs, zoals OE Orders, NUR Interventions en ADM Events.

Voorbeelden
Patiënt geregistreerdTriage afgerondMedicatie toegediendDiagnostisch resultaat geverifieerd
Bronsysteem
SourceSystem
De identifier van het systeem waaruit de data afkomstig is.
Beschrijving

Identificeert de MEDITECH-instantie of specifieke module waaruit de eventdata is geëxtraheerd. In omgevingen met meerdere ziekenhuizen helpt dit om data uit verschillende instellingen of systeemversies van elkaar te onderscheiden.

Dit attribuut blijft bij een extractie uit één systeem gelijk, maar is belangrijk wanneer je data uit meerdere bronnen samenvoegt tot één overzicht van een ziekenhuisnetwerk.

Waarom dit belangrijk is

Zorgt voor dataherkomst en traceerbaarheid in omgevingen met meerdere systemen.

Waar je het vindt

Hardcoded tijdens de extractie of bij de configuratie van de systeem-ID.

Voorbeelden
MEDITECH_ExpanseMEDITECH_6.1Hospital_A_Main
Event-timestamp
EventTimestamp
De specifieke datum en tijd waarop de activiteit plaatsvond.
Beschrijving

Dit attribuut registreert het exacte moment waarop een activiteit plaatsvond. Je gebruikt het om events chronologisch te ordenen en doorlooptijden tussen processtappen te berekenen.

Timestamps met een hoge precisie zijn nodig voor een nauwkeurige analyse van wachttijden, zoals de tijd tussen triage en beoordeling of de doorlooptijd van diagnostische resultaten.

Waarom dit belangrijk is

Nodig om events te ordenen en doorlooptijden en doorstroom te berekenen.

Waar je het vindt

Kolommen met transactie- en tijdstippen in brontabellen.

Voorbeelden
2023-10-15T08:30:00Z2023-10-15T09:15:22Z2023-10-16T14:45:00Z
Laatste data-update
LastDataUpdate
De timestamp waarop de data voor het laatst is geëxtraheerd of ververst.
Beschrijving

Geeft aan wanneer het record voor het laatst is verwerkt of in de process-miningtool is geladen. Dit helpt bij het controleren van de actualiteit van de data en zorgt ervoor dat de analyse de meest recente systeemstatus weergeeft.

Dit verschilt van Event Timestamp, omdat het de technische tijd van de datapijplijn weergeeft en niet het tijdstip van het klinische event.

Waarom dit belangrijk is

Belangrijk voor datagovernance en om te zorgen dat de analyse op actuele data wordt uitgevoerd.

Waar je het vindt

Systeemdatum op het moment dat de ETL wordt uitgevoerd.

Voorbeelden
2023-11-01T00:00:00Z2023-11-02T12:00:00Z
Patiënttraject
PatientEpisode
De unieke identifier voor een specifieke periode van patiëntenzorg of een bezoek.
Beschrijving

Het Patient Episode fungeert als de centrale case-identifier voor de procesanalyse. Het groepeert alle klinische, administratieve en financiële events van één ziekenhuisopname of poliklinisch bezoek in één samenhangend traject.

In MEDITECH-systemen komt dit vaak overeen met het Account Number of Visit ID. Dit attribuut is de basis voor het reconstrueren van het patiënttraject van registratie tot ontslag. Zo kun je de verblijfsduur berekenen en klinische paden analyseren.

Waarom dit belangrijk is

Dit is de verplichte case-sleutel om losse events aan één procesinstantie te koppelen.

Waar je het vindt

MEDITECH Admissions- of Registration-module, meestal het veld Account Number.

Voorbeelden
V100938475AC29384755E993847211O229384711
Behandelend zorgverlener
AttendingProvider
De primaire clinicus of zorgverlener die verantwoordelijk is voor de activiteit.
Beschrijving

Legt de naam of ID vast van de arts, verpleegkundige of technicus die de taak uitvoert of de zorg coördineert. Dit attribuut ondersteunt het dashboard 'Treatment Plan Development Velocity' door snelheids- en efficiëntiemaatstaven aan specifieke medewerkers of rollen toe te wijzen.

Hiermee kun je bronnen analyseren, werk verdelen en opleidingsbehoeften onder klinisch personeel vaststellen.

Waarom dit belangrijk is

Maakt analyse van de prestaties van bronnen en een evenwichtige werkverdeling mogelijk.

Waar je het vindt

Provider- of gebruikersvelden in activiteitenlogs.

Voorbeelden
Dr. SmithRN JonesTech Adams
Is heropname
IsReadmission
Vlag die aangeeft of deze episode binnen 30 dagen na een eerder ontslag plaatsvond.
Beschrijving

Een boolean-attribuut dat true retourneert als de huidige registratiedatum binnen 30 dagen na de ontslagdatum van een eerdere episode valt. Dit ondersteunt het dashboard 'Readmission and Care Quality'.

Door heropnames te identificeren, kunnen analisten teruggaan naar de vorige episode om tekortkomingen in ontslagplanning of nazorg te vinden.

Waarom dit belangrijk is

Belangrijke kwaliteitsmaatstaf met gevolgen voor vergoeding en patiëntuitkomsten.

Waar je het vindt

Berekend door de huidige StartTime te vergelijken met de vorige Case EndTime voor hetzelfde MedicalRecordNumber.

Voorbeelden
truefalse
Medisch dossiernummer
MedicalRecordNumber
Een unieke identificatie voor de patiënt over alle bezoeken heen.
Beschrijving

Het Medical Record Number (MRN) identificeert een patiënt uniek binnen de zorgorganisatie, los van het episode-specifieke ID. Hiermee kunnen analisten meerdere episodes van dezelfde patiënt in de loop van de tijd aan elkaar koppelen.

Dit attribuut is essentieel voor het dashboard 'Readmission and Care Quality'. Hiermee kun je patiënten herkennen die binnen 30 dagen na ontslag terugkeren naar het ziekenhuis.

Waarom dit belangrijk is

Maakt analyse over meerdere episodes en patiëntgerichte weergaven mogelijk.

Waar je het vindt

Masterindex voor patiënten of registratietabel.

Voorbeelden
MRN-100293MRN-55928388291002
Ontslagbestemming
DischargeDisposition
De bestemming of status van de patiënt bij ontslag.
Beschrijving

Geeft aan waar de patiënt na de episode naartoe ging, zoals 'Home', 'Skilled Nursing Facility', 'Home Health' of 'Expired'. Dit is een belangrijke uitkomstmaatstaf voor het dashboard 'Discharge Planning Optimization'.

Met deze analyse kun je vaststellen of vertraging bij het regelen van nazorg bijdraagt aan een langere verblijfsduur.

Waarom dit belangrijk is

Belangrijke uitkomstmaatstaf voor het analyseren van verblijfsduur en het risico op heropname.

Waar je het vindt

Schermen voor ontslagregistratie of ontslagabstractie.

Voorbeelden
Ontslagen naar huisOvergeplaatst naar algemeen ziekenhuis voor kortdurende opnameOverledenOp eigen verzoek vertrokken tegen medisch advies in
Patiënttype
PatientType
Indeling van het patiëntbezoek, bijvoorbeeld Inpatient, Outpatient of Emergency.
Beschrijving

Classificeert de aard van het ziekenhuisbezoek. Veelvoorkomende waarden zijn 'Inpatient', 'Outpatient', 'Emergency' en 'Observation'. Deze indeling is belangrijk voor het filteren en vergelijken van processen, omdat de zorgstandaard en verwachte duur sterk per type verschillen.

Dit veld helpt in het dashboard 'Discharge Planning Optimization' door de verwachte verblijfsduur per type uit te splitsen.

Waarom dit belangrijk is

Belangrijke segmentatie voor procesvergelijking, zoals Inpatient versus Outpatient.

Waar je het vindt

Admission- of bezoektabellen, bijvoorbeeld AdmVisits.Status.

Voorbeelden
Klinische opnameSpoedPoliklinische chirurgieObservatie
Primaire diagnose
PrimaryDiagnosis
De belangrijkste medische aandoening die voor de patiëntepisode is vastgesteld.
Beschrijving

Bevat de ICD-10-code of beschrijving van de primaire reden voor het bezoek. Dit vormt de basis voor de 'Clinical Pathway Variant Analysis'.

Door cases op primaire diagnose te groeperen, kunnen klinische managers de werkelijke behandelroutes vergelijken met de ideale klinische route voor die specifieke aandoening.

Waarom dit belangrijk is

Essentieel voor het groeperen van cases en analyseren van klinische routes.

Waar je het vindt

Medical Records- of Abstracting-module.

Voorbeelden
J18.9 - LongontstekingI21.9 - Acuut myocardinfarctS72.0 - Breuk van het dijbeen
Triage-urgentieklasse
TriageAcuityLevel
De ernstscore die tijdens de triage aan een patiënt wordt toegekend.
Beschrijving

Geeft de urgentie van de toestand van de patiënt aan, meestal op een schaal, bijvoorbeeld 1 tot 5, waarbij 1 kritiek is. Dit attribuut staat centraal in de 'Emergency Department Flow Analysis'.

Hiermee kunnen analisten wachttijden koppelen aan de ernst van de patiënt en controleren of de meest kritieke patiënten effectief voorrang krijgen.

Waarom dit belangrijk is

Belangrijk voor het analyseren van prioritering op de spoedeisende hulp en naleving van veiligheidsrichtlijnen.

Waar je het vindt

Schermen voor verpleegkundige beoordelingen op de spoedeisende hulp of tijdens de triage.

Voorbeelden
1 - Reanimatie2 - Acuut3 - Spoed4 - Minder urgent
Ziekenhuisafdeling
HospitalDepartment
De specifieke eenheid of afdeling waar de activiteit plaatsvond.
Beschrijving

Identificeert de functionele eenheid, zoals 'Emergency', 'Radiology', 'ICU' of 'General Ward', die verantwoordelijk is voor de activiteit. Dit attribuut is belangrijk voor het dashboard 'Departmental Resource Throughput'.

Hiermee kun je prestatiemaatstaven per eenheid uitsplitsen en knelpunten in interne overdrachten en het gebruik van bronnen opsporen.

Waarom dit belangrijk is

Belangrijk voor organisatieanalyse en het identificeren van knelpunten in specifieke eenheden.

Waar je het vindt

Locatie- of afdelingsvelden in transactietabellen.

Voorbeelden
Spoedeisende hulpRadiologieIntensivecareafdelingChirurgische afdeling 3
Bedrag
ChargeAmount
De financiële waarde die aan een specifieke activiteit of dienst is gekoppeld.
Beschrijving

Geeft de kosten of het geboekte bedrag voor een specifiek event weer, zoals een onderzoek of kamerbedrag. Hoewel dit vooral een financiële maatstaf is, houdt het verband met de intensiteit van het gebruik van bronnen.

Na aggregatie helpt het om de financiële impact van procesvarianten te begrijpen, al ligt de nadruk van deze weergave op de klinische flow.

Waarom dit belangrijk is

Voegt een financiële dimensie toe aan procesanalyse.

Waar je het vindt

Billing- of BAR-module (Billing/Accounts Receivable).

Voorbeelden
150.001200.5045.00
Herkomst van opname
AdmitSource
Waar de patiënt vandaan kwam, bijvoorbeeld Home, Transfer of Referral.
Beschrijving

Beschrijft de herkomst van de patiënt bij opname, zoals 'Physician Referral', 'Emergency Room' of 'Transfer from other Hospital'. Dit geeft context bij de manier waarop patiënten het systeem binnenkomen.

Het helpt om instroompatronen en hun effect op 'Emergency Department Flow Analysis' en de planning van bronnen te begrijpen.

Waarom dit belangrijk is

Geeft context bij patiëntinstroom en vraagkanalen.

Waar je het vindt

Registratiegegevens van opnames.

Voorbeelden
Spoedeisende hulpVerwijzing vanuit kliniekOverplaatsing vanuit verpleeghuis
Is nalevingsschending
IsAdherenceViolation
Vlag die aangeeft of de case afweek van de standaard klinische route.
Beschrijving

Een boolean-vlag die op true wordt gezet als de volgorde van activiteiten niet overeenkomt met het gedefinieerde referentiemodel voor de primaire diagnose van de patiënt. Dit ondersteunt 'Clinical Pathway Variant Analysis'.

Hiermee kun je snel cases filteren die niet aan de norm voldoen en onderzoeken waarom de standaardzorg niet is gevolgd.

Waarom dit belangrijk is

Identificeert snel procesafwijkingen en variatie.

Waar je het vindt

Berekend met algoritmen voor conformance checking.

Voorbeelden
truefalse
Naam van medicijn
MedicationName
De naam van het toegediende geneesmiddel.
Beschrijving

Legt het specifieke geneesmiddel vast dat betrokken is bij events van het type 'Medication Administered'. Dit is nodig voor het dashboard 'Medication Administration Compliance'.

Hiermee kan de verpleegkundige leiding controleren of specifieke risicovolle of tijdkritische geneesmiddelen, zoals antibiotica bij sepsis, binnen het juiste therapeutische tijdvenster worden toegediend.

Waarom dit belangrijk is

Nodig voor analyse van klinische compliance en veiligheid.

Waar je het vindt

Pharmacy (PHA)- of Bedside Verification (BMV)-modules.

Voorbeelden
ParacetamolVancomycineHeparineInsuline
Ordercategorie
OrderCategory
Classificatie van klinische orders, bijvoorbeeld Lab, Radiology of Consult.
Beschrijving

Groepeert orders in bredere categorieën, zoals 'Laboratory', 'Radiology', 'Dietary' of 'Consult'. Dit is essentieel voor het dashboard 'Diagnostic Services Turnaround'.

Hiermee kun je workflows scheiden en doorlooptijden voor beeldvorming en bloedonderzoek afzonderlijk analyseren. Deze hebben vaak verschillende knelpunten.

Waarom dit belangrijk is

Deelt diagnostische en behandelworkflows op in segmenten.

Waar je het vindt

Categorievelden in de Order Entry (OE)-module.

Voorbeelden
LaboratoriumRadiologieVerplegingApotheek
Triagewachttijd
TriageWaitTime
De tijd tussen registratie en afronding van de triage.
Beschrijving

De berekende duur tussen het event 'Patient Registered' en het event 'Triage Completed'. Deze waarde voedt rechtstreeks de KPI 'Average Triage Throughput Time'.

Door deze duur te volgen, kunnen managers van de spoedeisende hulp de personeelsbezetting tijdens piekuren aanpassen en de veiligheidsnormen voor patiënten bewaken.

Waarom dit belangrijk is

Belangrijke operationele maatstaf voor spoedeisende hulpafdelingen.

Waar je het vindt

Berekend verschil tussen timestamps van specifieke activiteiten.

Voorbeelden
15 minuten1 uur 20 minuten
Verplicht Aanbevolen Optioneel

Activiteiten in het patiënttraject

In deze tabel staan de belangrijkste processtappen en klinische mijlpalen die je moet vastleggen om de volledige patiëntervaring van begin tot eind te visualiseren.
9 Aanbevolen 5 Optioneel
Activiteit Beschrijving
Diagnose vastgelegd
Het moment waarop een zorgverlener een gecodeerde diagnose (ICD-10) invoert in het patiëntdossier. Dit activeert vaak specifieke klinische paden.
Waarom dit belangrijk is

Maakt 'Clinical Pathway Variant Analysis' mogelijk door de case te categoriseren. Belangrijk om patiënten met elkaar te kunnen vergelijken.

Waar je het vindt

MEDITECH ABS (Abstracting) of Medical Records. Vastgelegd wanneer diagnosecodes aan het account worden gekoppeld.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Diagnosis Enter wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Diagnostisch resultaat geverifieerd
Geeft aan dat een diagnostisch onderzoek, zoals laboratoriumonderzoek of radiologie, is uitgevoerd en de resultaten zijn goedgekeurd door een laboratoriumtechnicus of radioloog. Hiermee wordt de diagnostische order afgerond.
Waarom dit belangrijk is

Het eindpunt voor 'Diagnostic Services Turnaround'. Essentieel voor het analyseren van knelpunten op ondersteunende afdelingen.

Waar je het vindt

MEDITECH LAB- of ITS-module (Imaging and Therapeutic Services). Vastgelegd via statuswijzigingen van het resultaat naar Verified of Signed.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer het statusveld verandert in Verified

Eventtype explicit
Medicatie toegediend
Legt vast dat verpleegkundig personeel de medicatie daadwerkelijk aan de patiënt heeft toegediend. Meestal wordt dit geregistreerd via een barcodescan aan het bed.
Waarom dit belangrijk is

Ondersteunt 'Medication Administration Compliance'. Maakt veiligheidsrisico's en workflowonderbrekingen op verpleegafdelingen zichtbaar.

Waar je het vindt

MEDITECH PHA (Pharmacy) of eMAR (Electronic Medication Administration Record). Het veld 'AdminDateTime' in de toedieningshistorie.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Med Admin wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Ontslagorder opgesteld
De timestamp waarop de arts de order ondertekent die het ontslag van de patiënt goedkeurt. Dit markeert de start van de fase 'Discharge Planning'.
Waarom dit belangrijk is

Vormt de basis voor 'Discharge Planning Lead Time'. Het verschil tussen dit moment en het daadwerkelijke vertrek staat voor operationele inefficiëntie.

Waar je het vindt

MEDITECH OE (Order Entry). Filter Orders op Category = Discharge.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Order Enter wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Order geplaatst
Legt het verzoek van een zorgverlener vast voor een dienst, medicijn of diagnostisch onderzoek. Dit is het startevent voor daaropvolgende klinische activiteiten.
Waarom dit belangrijk is

Vormt de basis voor de KPI 'Diagnostic Services Turnaround'. Door deze timestamp te vergelijken met de uitvoeringstijd, worden vertragingen in de dienstverlening zichtbaar.

Waar je het vindt

MEDITECH OE-module (Order Entry). Vastgelegd in de tabel 'OeOrders' via het veld Order Date/Time.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Order Enter wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Patiënt geregistreerd
Dit event markeert het administratief aanmaken van het patiënttraject of bezoekrecord in het systeem. Het legt het eerste toegangsmoment tot de MEDITECH ADM-module (Admissions) vast.
Waarom dit belangrijk is

Dit markeert het begin van het patiënttraject en vormt de basis voor berekeningen van doorlooptijden. Essentieel voor het berekenen van de totale verblijfsduur.

Waar je het vindt

MEDITECH ADM-module. Afkomstig uit de tabel 'Admissions', specifiek uit de timestamp voor het aanmaken van 'AdmitDateTime' of de transactielog.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie New Visit wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Patiënt ontslagen
De administratieve afsluiting van het bezoek. De patiënt heeft de instelling fysiek verlaten en het bed is vrijgegeven.
Waarom dit belangrijk is

Het formele einde van het proces. Wordt gebruikt om de uiteindelijke verblijfsduur te berekenen en de periode van 30 dagen voor heropname vast te stellen.

Waar je het vindt

MEDITECH ADM (Admissions). Het veld 'DischargeDateTime' in het bezoekrecord.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Discharge Patient wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Patiënt overgeplaatst
Geeft aan dat een patiënt fysiek van de ene locatie, unit, kamer of het ene bed naar een andere wordt verplaatst. Hiermee volg je de patiëntenstroom door het ziekenhuis.
Waarom dit belangrijk is

Belangrijk voor 'Internal Transfer Bottlenecks'. Lange transferduur wijst op beperkte beschikbaarheid van bronnen of vertragingen bij patiëntenvervoer.

Waar je het vindt

MEDITECH ADM (Admissions). Vastgelegd in de transactielogs 'Location History' of 'RoomBed'.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Transfer Patient wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Triage afgerond
Geeft aan dat de eerste verpleegkundige beoordeling op de spoedeisende hulp is afgerond. Hierbij worden de urgentie en ernstscore van de patiënt vastgesteld.
Waarom dit belangrijk is

Belangrijk voor het dashboard Emergency Department Flow Analysis, waarmee doorstroom en wachttijden worden gemeten.

Waar je het vindt

MEDITECH EDM-module (Emergency Department Management). Afgeleid van statuswijzigingen in de EDM-tracker of de timestamp van het document Triage Assessment.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer het statusveld verandert in Triaged

Eventtype explicit
Consult afgerond
De specialistische beoordeling is afgerond. Dit wordt vaak afgeleid uit het opslaan van een specifiek documenttype, zoals 'Cardiology Consult Note'.
Waarom dit belangrijk is

Het eindpunt voor het meten van de reactiesnelheid van specialisten. Belangrijk voor een tijdige voortgang van de zorg.

Waar je het vindt

MEDITECH PCM (Provider Order Management) of EMR. Afgeleid uit timestamps voor het aanmaken van documenten met specifieke titels.

Vastleggen

Vergelijk het statusveld voor en na de wijziging

Eventtype inferred
Consultaanvraag verstuurd
Een specifiek type order voor het aanvragen van een oordeel van een specialist. Hiermee start de klok voor het dashboard 'Specialist Consultation Response'.
Waarom dit belangrijk is

Maakt knelpunten in de multidisciplinaire zorgcoördinatie zichtbaar. Lange wachttijden verlengen hier de verblijfsduur.

Waar je het vindt

MEDITECH OE (Order Entry). Geïdentificeerd door in 'OeOrders' te filteren op Category = Consult.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Order Enter wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Follow-up ingepland
Het plannen van een toekomstige afspraak voor de patiënt. Deze activiteit ondersteunt de continuïteit van zorg na ontslag.
Waarom dit belangrijk is

Ondersteunt de analyse 'Follow-up Appointment Scheduling'. Hangt samen met lagere heropnamepercentages.

Waar je het vindt

MEDITECH SCH (Scheduling). Afgeleid door een nieuw Appointment-record dat rond de ontslagdatum is aangemaakt, aan de patiënt-ID te koppelen.

Vastleggen

Afgeleid door het veld Appointment Created Date te vergelijken met Discharge Date

Eventtype inferred
Monster afgenomen
Markeert het fysiek afnemen van een biologisch monster voor laboratoriumonderzoek. Deze activiteit overbrugt de tijd tussen het aanvragen en verwerken van het onderzoek.
Waarom dit belangrijk is

Een gedetailleerde stap die vaak vertraging veroorzaakt in de diagnostische cyclus. Handig om verpleegkundige vertragingen te onderscheiden van vertragingen in het laboratorium.

Waar je het vindt

MEDITECH LAB-module. Meestal vastgelegd wanneer een flebotomist de barcode scant of de monsterstatus wijzigt in Collected.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Collect Specimen wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Zorgplan gestart
Staat voor het aanmaken of toewijzen van een specifiek verpleegkundig of interdisciplinair zorgplan. Dit komt overeen met het concept 'Treatment Plan Developed'.
Waarom dit belangrijk is

Meet 'Treatment Plan Development Velocity'. Vertragingen wijzen hier op hiaten in de klinische besluitvorming.

Waar je het vindt

MEDITECH PCS (Patient Care System) of Care Manager. De timestamp waarop een standaardzorgplan op de patiënt wordt toegepast.

Vastleggen

Vastgelegd wanneer de transactie Care Plan Add wordt uitgevoerd

Eventtype explicit
Aanbevolen Optioneel

Extractiegidsen

Methoden om klinische en administratieve data uit je MEDITECH Expanse-systeem op te halen.

Klaar om te beginnen?

Begin vandaag nog met het verbeteren van je klinische bedrijfsvoering door dit template op je MEDITECH-data toe te passen. Ons team helpt je graag om je data-extractie verder aan te scherpen, zodat je ziekenhuis efficiënter werkt.

Optimaliseer je patiënttraject en verminder vertragingen

Verkort doorlooptijden met 30 procent en verbeter de efficiëntie van je ziekenhuis

Start je gratis proefperiode

Je hebt geen creditcard nodig. Je kunt binnen enkele minuten beginnen.